Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home / Onderzoeksprogramma / Proefkader voor de inzet van het persoonsvolgende budget voor personen met een handicap binnen de erkende capaciteit van een ouderenvoorziening (EF32)

Proefkader voor de inzet van het persoonsvolgende budget voor personen met een handicap binnen de erkende capaciteit van een ouderenvoorziening (EF32)

Doelstelling

Naar aanleiding van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 is het mogelijk voor ouderenvoorzieningen om personen met een handicap met een persoonsvolgend budget (PVB) al dan niet binnen hun erkende capaciteit op te nemen.

Het systeem van persoonsvolgende financiering is nog maar recent ingevoerd binnen de sector voor personen met een handicap. Er zijn op dit moment dan ook nog maar weinig ‘good practices’ aan te halen die inspirerend kunnen werken voor de inzet van het PVB in de ouderenzorg. Om de mogelijkheden en beperkingen van de inzet van het PVB binnen de erkende capaciteit van ouderenzorg te kunnen verkennen, introduceren we in de eerste plaats een theoretisch proefkader. Dit biedt de sector en de betrokken administraties de mogelijkheid om de benodigde en gewenste modaliteiten voorafgaandelijk te onderzoeken. Na afloop van dit theoretisch onderzoek kan overwogen worden om een feitelijk proefkader met reële dossiers te installeren.

Het project heeft volgende onderzoeksdoelstellingen:

  1. De huidige financieringsstromen binnen elk van de betrokken sectoren (sector Personen met een handicap en sector Ouderenzorg) in kaart brengen.
  2. De modaliteiten van de inzet van het PVB binnen erkende en gesubsidieerde capaciteit ouderenzorg onderzoeken. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de facturatie van de onderscheiden kosten (zorggebonden kosten, beheerskosten en woon/leefkosten) en het vermijden van dubbele subsidie.
  3. Onderzoeken wat de verschillende opties zijn voor het inzetten van het PVB binnen de erkende capaciteit van een ouderenzorgvoorziening.

Het is cruciaal om op middellange termijn (1 à 2 jaar) te komen tot een sluitende financiële regeling die voor de gebruiker eenvoudig, transparant en betaalbaar is; voor beide sectoren aanvaardbaar is, ook wat betreft de inzet van de middelen; dubbele subsidie vermijdt; en voor beide agentschappen uitvoerbaar is.

Onderzoeksmethode

Het onderzoeksproject wordt opgedeeld in drie fases, die elk inzoomen op één onderzoeksvraag.

Fase 1: Voorbereidende documentenanalyse

In de eerste fase worden door middel van documentenanalyse en interviews de financieringsstromen in de sector “Personen met een handicap” en de sector “Ouderenzorg” in kaart gebracht.

Fase 2: Theoretisch dossieronderzoek

In de tweede stap worden een beperkt aantal (5 à 10) fictieve, maar op reële dossierinfo gebaseerde, casussen onderzocht door middel van gestructureerde focusgroep-interviews. Hierbij besteden we bijzondere aandacht aan het opsporen van dubbele subsidie.

Fase 3: Rapportage

In de derde stap worden de onderzoeksbevindingen beschreven in een onderzoeksrapport en wordt een advies geformuleerd aan het kabinet en de betrokken administraties.

Resultaat

Onderzoeksrapport:
Farah, S., Nys, A., Decancq, K. (2019). Proefkader voor de inzet van het persoonsvolgend budget voor personen met een handicap binnen de erkende capaciteit van een ouderenvoorziening (Rapport - Samenvatting)

Timing

Juli 2018 - december 2018

Promotor

Prof. dr. Koen Decancq
Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Onderzoeker

Annemie Nys
Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Sintia Farah
Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Copyright © Steunpunt WVG