Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home / Onderzoeksprogramma / Meerjarenonderzoek / Onderzoekslijn 3 – Zorgorganisatie en -beleid / Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen

Financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen

Welk innovatiepotentieel bestaat er in de financiering van de welzijnszorg in Vlaanderen? Hoe zullen nieuwe financieringsmechanismen ingevoerd worden in de kinderopvang, de ouderenzorg en de zorg voor personen met een handicap? Dit vraagt een analyse van de financieringsmechanismen op een micro-, meso- als macroniveau. Innovatie in de financiering moet gericht zijn op kwaliteit, integratie en coördinatie van de zorg, betaalbaarheid en houdbaarheid.

Dit onderzoek gebeurt via vier deelstudies:

1. Theoretisch begrippenkader
2. De opvang van schoolgaande kinderen
3. De residentiële ouderenzorg
4. De zorg voor personen met een handicap
 



Deelstudie 1 – theoretisch begrippenkader

Een bestaande inventaris van de financieringsmechanismen van de welzijnszorg wordt geactualiseerd en theoretisch geharmoniseerd via een gemeenschappelijk begrippenkader. De inventaris zal zich beperken tot de domeinen die in de deelonderzoeken verder behandeld worden, met name de kinderopvang, de ouderenzorg en de zorg voor personen met een handicap. In de deelonderzoeken wordt dit verder uitgediept maar ook ingeperkt. Zij zal inspirerend zijn voor het beleid over de stroomlijning en integratie van financieringsmechanismen in de zorg in Vlaanderen.

Doelstelling

Een theoretisch verantwoord begrippenkader voor de financieringsmechanismen van de welzijnszorg in Vlaanderen

Onderzoeksvragen
  • Zijn nieuwe financieringsmechanismen in de welzijnszorg in Vlaanderen nodig en mogelijk?
  • Welke zijn de mogelijkheden en is de behoefte aan integratie en horizontale stroomlijning?

Methode

Actualiseren en theoretisch harmoniseren van een inventaris van de financieringsmechanismen van de welzijnszorg via een gemeenschappelijk begrippenkader

Resultaat

Inventaris van de financieringsmechanismen van de welzijnszorg, voor de sectoren van de kinderopvang, de ouderenzorg en personen met een handicap

Terug naar top

 



Deelstudie 2 – de opvang van schoolgaande kinderen

Een nieuw organisatiemodel voor de opvang van schoolgaande kinderen wordt uitgetekend. De krachtlijnen ervan houden een sterkere regierol in voor de lokale besturen en een nieuwe taakverdeling tussen drie belangrijke actoren: de formele opvangvoorzieningen (IBO’s, onthaalouders of kinderdagverblijven), de basis-scholen en vrijetijdsinitiatieven voor kinderen. Een verdere toekomstgerichte planning vereist meer duidelijkheid over de financieringsmodellen en de implicaties van het nieuwe organisatiemodel ook financiële implicaties hebben voor de lokale besturen en de andere betrokken actoren. Welke financieringsmodellen zijn zinvol en mogelijk in het nieuwe landschap?

Doelstelling

Formuleren van beleidsconclusies i.v.m. de aanpassing van het huidige financieringsstelsel van de voorzieningen voor opvang van schoolgaande kinderen en voorstellen tot harmonisering met andere zorgsectoren

Onderzoeksvragen
  • Wat is de theoretische kost van een IBO-werking en in functie van welke variabelen kan deze fluctueren?
  • Welke financiering moet opgezet worden voor de lokale besturen in functie van de nieuwe regierol?
  • Hoe kan de financiering transparanter en eenvormiger gebeuren,
  • Wat kan het effect zijn van de invoering van een inkomensgerelateerde ouderbijdrage op het gebruik, op de financiële haalbaarheid van het nieuwe concept?

Methode

  • Analyse van cases in het Vlaamse Gewest verdeeld over de provincies en rekening houdend met de grootte van de gemeente, de schaalgrootte van het IBO en het opvangmodel.
  • Gebruik van de databanken van Kind en Gezin i.v.m. de erkende opvangvoorzieningen (OSIRIS)

Resultaat

Beleidsgerichte en wetenschappelijke rapportering

Terug naar top

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Deelstudie 3 – de residentiële ouderenzorg

Het woonzorgdecreet voorziet een nieuwe structuur voor de ouderenzorg die uitnodigt tot innovatie en integratie van zowel planning als aanbod van voorzieningen. Toch blijft de financiering verspreid en gefragmenteerd. De Vlaamse sociale bescherming introduceert nieuwe financieringsvormen, als een verbeterde zorgverzekering en de maximumfactuur in de thuiszorg en in de residentiële zorg. De recente staatshervorming kondigt een aanzienlijke verschuiving aan van de federale financiering naar het Vlaamse niveau. Tegelijk is de sector zelf in transitie: groepsvorming, schaalvergroting, nieuwe private spelers, scheiding tussen vastgoedpatrimonium en exploitatie van de woonzorgcentra, hebben de marktstructuur aanzienlijk gewijzigd.

Hoe kunnen de financieringsmechanismen die spelen in de sector aangepast worden aan deze nieuwe institutionele context en welke informatie is beschikbaar over de nieuwe marktverhoudingen? Gezien de actualiteit van de geobserveerde veranderingen in de sector en de prioriteit van de administraties zal vooral op het functioneren van de residentiële zorg worden gefocust, en minder op de relatie met de thuiszorg.

Doelstelling 
  • Definitie van adequaatheid van financiering van residentiële ouderenzorg - huidige en nieuwe financieringsvormen en -voorwaarden
  • Voorstellen voor verbetering, ‘level playing field’, stimulering concurrentie tussen aanbieders, vrijwaren van de keuzemogelijkheden en de soevereiniteit van de gebruiker (autonomie), verbetering van de kwaliteit
Onderzoeksvragen
  • Huidige en toekomstige financieringsmechanismen voor de residentiële ouderenzorg: gevolgen voor de ouderen? Gevolgen voor de aanbieders/ voorzieningen? Gevolgen voor het overheidsbudget?

Methode

  • Onderzoek a.d.h.v. theoretisch kader (zie deelstudie 1) naar de impact op de werking van de sector en zijn voorzieningen en de mogelijkheid dit empirisch te staven, via administratieve gegevens, RIZIV-data voor de residentiële ouderenzorg en VIPA-dataset over residentiële voorzieningen
  • Optioneel: microdata verzamelen

Resultaat

Beleidsgerichte en wetenschappelijke rapportering

Terug naar top

 

 

Deelstudie 4 – zorg voor personen met een handicap

De financiering van de zorg voor personen met een handicap is in Vlaanderen gekarakteriseerd door diverse innovaties: het PAB en het PGB, een nieuw zorgregistratiesysteem, zorgzwaarte-instrument, persoonsvolgende financiering, de noodzaak aan validering, …. Dit alles maakt dat ook hier een ‘aggiornamento’ van de analyse van de financieringsmodaliteiten wenselijk is, met als uitgangspunt de adequaatheid van het zorgaanbod verzekerd en een verbeterde integratie en autonomie van de persoon met een handicap. 

Doelstelling

Actualiseren van de analyse van de financieringsmodaliteiten, met als uit-gangspunt de adequaatheid van het zorgaanbod en een verbeterde integra-tie en autonomie van de persoon met een handicap

Onderzoeksvragen
  • Hoe zorgzwaarte-indicatoren gebruiken als financieringsinstrument? Welke andere factoren bepalen de financieringsbehoeften?
  • Wat is de gelijkenis en complementariteit met het gebruik van uitkeringen?
  • Hoe reguliere diensten meer toegankelijke maken voor personen met een handicap?
  • Wat is de internationale evolutie in de financiering van diensten voor personen met een handicap?

Methode

Bruikbaarheid van administratieve gegevens nagaan, analyse populatiesurveys, bijkomende bevraging op microniveau (optioneel), onderzoek naar de relatie zorgzwaarteschaal en financiering, vergelijking zorgzwaarte-instrument met experimenten met RAI in de ouderenzorg en de RUG’s (i.s.m. Prof. dr. Anja Declercq)

Resultaat

Beleidsgerichte en wetenschappelijke rapportering

Timing

2012-2015

Coördinator

Prof. dr. Jozef Pacolet

Terug naar top

 

 

 

Copyright © Steunpunt WVG